logo-hannieschaft-klein2
De zorg

1 De opvang van nieuwe leerlingen in de school     
1.1 De inschrijfprocedure

Voordat u uw kind laat inschrijven op onze school, willen we graag een gesprek met u, zodat we u over de school kunnen informeren. U kunt daarvoor mondeling of telefonisch een afspraak maken. Tijdens dat informatieve gesprek ontvangt u van ons deze schoolgids, zodat u alles nog eens op uw gemak kunt nalezen.

Met de ouders van nieuw aangemelde kleuters maken we afspraken voor een aantal kennismakingochtenden. Vanaf 3 jaar en 10 maanden kunnen kleuters komen kennismaken voor maximaal 5 dagdelen.
Bij aanmelding van een leerling, die op een andere school is ingeschreven en daar lessen volgt, geldt dat pas tot plaatsing wordt overgegaan nadat er overleg heeft plaatsgevonden met die school en er duidelijk is geworden dat er geen redenen zijn om toelating te weigeren. Hiertoe kunnen onderwijskundige rapportages bij de intern-begeleider van de betreffende school worden opgevraagd.
Wanneer kinderen bij ons op school aangemeld worden die in een verwijzingsprocedure zitten voor het speciaal onderwijs, willen we eerst overleggen met de ouders, met de school waar het kind ingeschreven staat en met de verwijzingscommissie.
Om voor toelating in aanmerking te komen dienen ouder(s)/verzorger(s) een inschrijfformulier van de school volledig in te vullen. Het inleveren van een ingevuld inschrijfformulier betekent echter niet dat het kind automatisch geplaatst is. Regelmatig komt het voor dat er meer aanmeldingen zijn dan beschikbare plaatsen. In dat geval vindt toelating plaats op basis van de volgende categorieën:

1 . Kinderen van wie een broertje of zusje reeds op onze school geplaatst is, of waarvan een van de
  ouders een dienstverband heeft met de stichting.
2 . Kinderen afkomstig van de peuterspeelzaal bij onze school.
3. Kinderen wonend in een verzorgingsgebied van de school binnen een straal van 1200 meter.
4. Leerlingen uit randgemeenten.
5 . Alle overige kinderen.

1.2 Wat te doen als uw kind naar een andere school gaat

Als u gaat verhuizen of uw kind gaat om een andere reden naar een andere school, dan moet u dat aan de directie van de school laten weten. Ook moet u aangeven naar welke school uw kind dan gaat. Wij dragen er dan zorg voor dat die school een onderwijskundig rapport van uw kind ontvangt. Wij zijn ook verplicht de verhuizing te melden aan de leerplichtambtenaar van de gemeente.

1.3 Schorsings- en verwijderingsbeleid

Wij verwijzen naar de notitie Toelatings- schorsings- en verwijderingsbeleid. Deze ligt ter inzage bij de directie.

2 Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen in de school

De school bepaalt systematisch de vorderingen en ontwikkelingen van de leerlingen. De school hanteert hierbij het CITO leerlingvolgsysteem, methodegebonden toetsen en de observatielijst PDO Eduforce. De school analyseert systematisch de vorderingen en ontwikkelingen van de leerlingen. Naar aanleiding van de toetsresultaten vinden leerlingbesprekingen plaats. Voor leerlingen met gebleken extra onderwijsbehoeften stelt de leerkracht, eventueel ondersteund door de intern- begeleidster, een handelingsplan op. De leerkracht bespreekt met de ouders het handelingsplan en verzoekt de ouders het plan te ondertekenen. De leerkracht evalueert na 6 weken het uitgevoerde handelingsplan met de intern-begeleidster.

De intern-begeleidster en de leerkracht bepalen of:
- Het handelingsplan wordt stopgezet;
- Het handelingsplan wordt gecontinueerd of bijgesteld;
- Een leerling in aanmerking komt voor onderzoek door een externe instantie(in dit geval vragen wij de ouders schriftelijk toestemming);
- Een aangepast progamma binnen de reguliere groepszetting wordt opgestart;
- Een aanmelding bij de PCL,verwijzing hulp instanties etc moet plaats vinden;
De leerkracht bespreekt na 6 weken de opbrengst van het handelingsplan met de ouders.

2.1 De verslaggeving van de gegevens van het kind door de groepsleraar

Van elk kind maken we op het moment dat het op school komt, een dossiermap. Daarin komen alle gegevens van het kind terecht en de map gaat van leerjaar tot leerjaar met het kind mee. Daardoor is elke leerkracht op de hoogte van de ontwikkeling van het kind. Ook toetsgegevens bewaren we in deze dossiermap. Deze gegevens zijn alleen in te zien door degenen die met het kind werken.

Wanneer een kind van school wisselt, moeten we een onderwijskundig rapport maken. Daarin vermelden we dan ook toetsgegevens. Andere gegevens geven we alleen door na toestemming van de ouders. De directie van de school is verantwoordelijk voor het beheer van het leerlingendossier.

2.2 Rapportage en spreekavonden

Alle kinderen (behalve de kleuters) krijgen 3x per jaar een rapport mee. De data staan in de maandelijkse nieuwsbrief. Naar aanleiding van dit rapport nodigen wij u uit voor een
10-minutengesprek met de leerkracht van uw kind. Ook de ouders van de kleuters worden uitgenodigd voor een 10-minuten gesprek. De leerkracht maakt een kort verslag van het gesprek en verzoekt de ouders het verslag te ondertekenen.

3 De speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften

3.1 Weer samen naar school (WSNS)

Onder deze pakkende titel is enkele jaren geleden een begin gemaakt met enkele maatregelen die ervoor moeten zorgen dat meer kinderen het gewone basisonderwijs kunnen blijven volgen. Er zijn dus strengere regels gekomen om kinderen met specifieke leer- of gedragsproblemen geplaatst te krijgen op een school voor speciaal basisonderwijs. Alle gewone basisscholen zijn verplicht om er alles aan te doen om die kinderen in hun eigen school op te vangen. Soms lukt dat met extra inspanningen, soms ook niet. Daarom heeft onze school samen met andere openbare scholen in de regio Haarlem een samenwerkingsverband gevormd met scholen voor speciaal basisonderwijs in Haarlem. Binnen dit samenwerkingsverband is een zorgplan opgesteld waarin alle activiteiten zijn vastgelegd. Dat zorgplan ligt op school voor geïnteresseerde ouders ter inzage.

Met de rugzak naar school.

Wat is de rugzak? De rugzak, officieel heet het leerlinggebonden financiering. Het zijn extra middelen die voor een kind met een handicap of een stoornis nodig zijn om onderwijs te volgen, die als het ware in een rugzakje meegaan als het kind naar een reguliere school gaat. Deze middelen zijn bestemd voor de school. Een deel is bestemd voor de begeleiding door een speciale school. Een ander deel is bijvoorbeeld bedoeld voor remedial teaching. En tenslotte krijgt de school ook extra geld voor de aanschaf van extra leermiddelen. De scholen voor speciaal basisonderwijs blijven bestaan. Hun rol wordt alleen maar belangrijker. Hun deskundigheid en kwaliteit zetten ze in voor alle kinderen of ze nu naar regulier of speciaal onderwijs gaan. Speciale scholen gaan niet alleen intensiever samenwerken met reguliere scholen, maar ook met elkaar. Hun deskundigheid bundelen ze samen in Regionale Expertise Centra (REC’s). Per REC komt er een onafhankelijke commissie die op grond van landelijke criteria bepaalt of een kind toelaatbaar is tot een speciale school dan wel voor leerlinggebonden  financiering. Uiteindelijk zal voor elke leerling afzonderlijk moeten worden vastgesteld of het onderwijs zo ingericht kan worden dat het aansluit op de ondersteuning en instructiebehoefte van het kind. Betekent het bovenstaande nu dat alle kinderen op onze school welkom zijn? In principe wel, maar de school heeft ook haar beperkingen om de eenvoudige reden dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden in het opvangen van kinderen. Sommige kinderen zijn beter op hun plaats in het S.O. De volgende grenzen worden onderscheiden;

- Een zodanig ernstige verstoring van rust en veiligheid, dat het leerproces wordt belemmerd
- In de verhouding tussen verzorging/behandeling en het onderwijsaanbod dient het onderwijs te prevaleren.
- Gebrek aan opnamecapaciteit

Het (langer) verblijven in het regulier onderwijs mag het kind niet schaden. Teneinde tot een dergelijk zorgvuldige afweging te komen hanteren wij een stappenplan, dat u kunt inzien in de notitie Toelatings- schorsings en verwijderingsbeleid. Deze notitie ligt bij de directie ter inzage.

3.2 Wat doen we als er problemen zijn met een kind (leerproblemen, lichamelijke problemen en sociaal-emotionele problemen)?

Op onze school gaan we als volgt te werk als er bij een kind problemen worden gesignaleerd: Als een leerkracht in de klas bij een kind een probleem op een of ander leergebied constateert, probeert hij/zij in eerste instantie zelf tot een oplossing te komen. De groepsleerkracht is en blijft de eerstverantwoordelijke bij het signaleren van gedrags- en/of ontwikkelingsproblemen.

De leerkracht heeft een goed leerlingvolgsysteem tot zijn/haar beschikking om de ontwikkeling van alle kinderen in beeld te brengen. Indien een leerkracht bij een kind een probleem constateert, dan kan het zijn dat er deskundige hulp nodig is. In het kort zetten we hieronder uiteen welke stappen we nemen bij extra zorg.

Nadat een probleem in de groep is geconstateerd, voeren intern-begeleidster en groepsleerkracht overleg over vormen van extra begeleiding. Indien nodig stelt de groepsleerkracht een handelingsplan op. Ouders, directie en team worden vanaf dit stadium regelmatig geïnformeerd. Als de aanpak onvoldoende resultaat heeft, raadplegen we externe deskundigen, zoals bijv. de consulent voor interne begeleiding, een medewerker van de onderwijsbegeleidingsdienst, een deskundige uit het speciaal onderwijs, een logopediste of een fysiotherapeut.

Bij deze stappen coördineert de intern-begeleidster de leerlingenzorg binnen de school en zorgt voor een goede administratie van alles wat de zorg voor de leerling betreft. Wanneer de school en de ouders behoefte hebben aan (nader) onderzoek wordt het kind aangemeld bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). Wanneer het onderzoek is afgerond brengt de onderzoeker advies uit aan de ouders en de basisschool via een gesprek en schriftelijke rapportage. De bevindingen van de onderzoeker kunnen drie kanten opgaan, nl. handhaven op de basisschool, overplaatsing naar een andere basisschool of plaatsing op de speciale basisschool. Indien de onderzoeker adviseert dat handhaving van het kind in het gewone basisonderwijs mogelijk moet zijn, dan wordt de zorg volgens de aanwijzingen in het adviesrapport voortgezet.

3.3 De intern-begeleidster

Op onze school heeft een van de groepsleerkrachten een extra taak: intern-begeleidster. De hoofdtaak van onze intern-begeleidster, mevrouw Keislair, is om de individuele leerlingenzorg te coördineren en initiatieven te nemen om beleid hiervoor verder te ontwikkelen. Verder houdt zij zich bezig met alle ontwikkelingen binnen en buiten de school op het gebied van leerlingenzorg. De taken van de intern-begeleidster zien er als volgt uit:

Signaleren van methoden of organisatiestructuren die belemmerend werken voor de continue ontwikkelingen van alle leerlingen;
Signaleren van problemen rond leerlingen door systematisch toetsen en door regelmatig contact met alle leerkrachten;
Observaties in de klassen;
Screening en observaties in de kleuterbouw, vroegtijdige onderkenning van de problematiek;
Ondersteuning bij de opzet van groepsplannen die gemaakt zijn n.a.v. de toetsoverzichten;
Ondersteuning bij het maken van handelingsplannen;
De intern-begeleidster evalueert tussentijds en legt ook klassenbezoeken af om te ondersteunen;
De intern-begeleidster ondersteunt de groepsleerkracht bij het zodanig vormgeven van de klassenorganisatie dat de leerlingen zo veel mogelijk op eigen niveau begeleid kunnen worden (ingaan op verschillen in instructiebehoefte);
Het bijhouden van het leerlingvolgsysteem;
Het deelnemen aan clusteractiviteiten, studiebijeenkomsten etc.;
De intern-begeleidster is betrokken bij het voeren van oudergesprekken;
De intern-begeleidster overlegt met externe instanties zoals Drielanden.

3.4 Plaatsing en verwijzing van kinderen met specifieke behoeften

Plaatsing van kinderen in een andere groep behoort tot de verantwoordelijkheid van de school en gebeurt altijd in overleg met de ouders. Er zijn verschillende mogelijkheden:

Zittenblijven: Dat doen we alleen als een kind daarbij gebaat is;
Een groep overslaan: Dat kan alleen bij kinderen die zeer begaafd zijn (bij hoge uitzondering);
Een verwijzing naar een speciale school voor basisonderwijs: Dat kan alleen als een onderzoek uitwijst dat een kind toelaatbaar is.

4 De begeleiding van de overgang van kinderen naar het voortgezet onderwijs

4.1 De voorlichting aan ouders ten behoeve van de schoolkeuze

Meestal na acht jaar gaan de kinderen naar het voortgezet onderwijs. Er kan een keuze gemaakt worden uit vele scholen. Wij proberen u daarbij te helpen. Dat gebeurt op verschillende manieren.

Onze school maakt gebruik van de zgn. continue schoolkeuzebegeleiding. Dat is een vorm van samenwerking tussen de basisscholen en de scholen van voortgezet onderwijs in Kennemerland. In de groepen 7 en 8 hebben de leerkrachten zich een beeld kunnen vormen van de mogelijkheden van het kind. In samenwerking met de Drielanden worden in groep 7 twee toetsen afgenomen. Dat zijn de Entreetoets van het CITO en de S.V.L. (de schoolvragenlijst). In groep 8 volgt dan nog een tweede S.V.L., de Eindtoets Basisonderwijs van het CITO en de NIO-test. De laatste afkorting staat voor Nederlandse intelligentietest voor onderwijsniveau. De toetsresultaten bespreken we met de ouders en de school geeft op basis van de toetsgegevens en de eigen beeldvorming een eindadvies over de keuze van het vervolgonderwijs. Ouders maken uiteindelijk zelf de definitieve keuze en de school waar u uw kind aanmeldt, beslist over de toelating.

Met de kinderen van groep 8 bezoeken we in januari een aantal scholen voor voortgezet onderwijs. In diezelfde periode worden open dagen georganiseerd speciaal bedoeld voor ouders en nieuwe leerlingen. Met de scholen voor voortgezet onderwijs hebben we regelmatig contact over de vorderingen van oud-leerlingen.

4.2 Soort gegevens die over de kinderen worden verzameld en aan het voortgezet onderwijs worden verstrekt

Allereerst vragen we aan ouders toestemming om bepaalde gegevens, waarvan zij zelf een afschrift ontvangen, aan het voortgezet onderwijs over te leggen. Dat zijn meestal toetsgegevens zoals die van de Eindtoets Basisonderwijs, maar we moeten ook een onderwijskundig eindrapport opstellen. Pas na toestemming van de ouders geven we die gegevens door aan het voortgezet onderwijs. Ook voor die instelling geldt de Wet op de Persoonsregistratie.